menu language

"You can not understand the human motivation without empathy." - Steven Spielberg

DRAMATURGIE VAN DE GEVOELENS & ROBOTICA 

We aanvaarden steeds makkelijker dat onze gevoelens functioneel zijn en passen in een rationeel en ethisch schema. We worden sporadisch aangespoord om goed naar ons lichaam of hart te luisteren, en dat we ons daardoor beter zullen voelen. Als men weet wat en waarom men voelt, kan men het immers zijn juiste plaats geven. 

Met wat wij allemaal over de functie van gevoelens weten, zouden we robotten kunnen programmeren die autonoom functioneren!  Als de gevoelens de motor van ons handelen zijn, ons besturingsmechanisme is, dan kunnen we er toch ook zelfstandige robots mee bouwen? 

De studie van de gevoelens staat centraal in wetenschappelijke disciplines zoals artificial intelligence, affective computing en robotica. Allerhande projecten zijn erop gericht robots door het herkennen en simuleren van gevoelens en expressies een menselijker uitstraling te geven. Deze disciplines maken vandaag de overgang van "automatisch" geprogrammeerde robots, die bewegingen herkennen, simuleren en herhalen, naar "autonoom" geprogrammeerde robots, die zelf een gepaste keuze uit meerdere handelingen kunnen maken. 

Daarom maakt men het onderscheid tussen "descriptive judgements" en "normative judgements", waarbij de eersten bewegingen herkennen en te interpreteren, en de laatsten gepaste handelingen kiezen. Bij de mens zijn het bij uitstek de gevoelens die het mogelijk maken de gang van zaken normatief of moreel te evalueren, om vervolgens te bepalen welke handelingen gepast zijn.

Het thema van veel humanoid (half robot, half mens) verhalen is dat deze creaturen geen moraal hebben en/of niet kunnen omgaan met gevoelens. En dat het misschien maar beter is dat robots hun gangetje niet kunnen gaan. En daar gaat het nu juist over!  Het autonoom en normatief programmeren van robots zal inderdaad afhangen van het succesvol integreren van de functionele en dynamische gevoelens.  

De hedendaagse robotica worstelt in principe niet langer met de vraag of de gevoelens kunnen helpen bij het zelfstandig maken van machines.  De hamvraag is wèlke gevoelens nuttig kunnen zijn bij het nemen van kwalitatieve beslissingen.  Ik zal in wat volgt stellen dat de 144 gevoelens uit het dialectische systeem  "normative judgements" zijn die de mens en waarom ook niet de machine kunnen sturen.

Misschien is het meer een droom dan een overtuiging die ik koester, dat de studie van de gevoelswoordenschat (emologie) en de kunst van het vertellen (dramaturgie, narratologie), de robotica belangrijke en elementaire kennis over menselijk handelen kunnen bijbrengen. Wat me in de overtuiging sterkt is 1. de mogelijkheid om gevoelens schematisch in te delen, en 2. de functionele structuur waarop drama is opgebouwd.

Op het punt dat we de logische mechanica van zowel verhaalstructuren als gevoelens begrijpen, is het mogelijk robots een zweem van menselijkheid te geven. 

NARRATOLOGIE EN EMOLOGIE 

Een autonome robot zal niet alleen zelfstandig beslissen, maar zich ook, tenminste als het functioneel en zinvol moet handelen, inschrijven in een verhaal of een proces waarin het bereiken van doelstellingen betracht wordt. Ik maak hier een vergelijking met een personage in een dramatische vertelling. 

Zo'n personage kan men gerust voorstellen op de kruising van een verticale en een horizontale as. 

* De verticale as in drama is het verloop van begin naar eind, meerbepaald de tijdslijn, de lijn van de verwachtingen, die parallel loopt met de motivatie & belangen lijn: het personage onderneemt handelingen om iets te verwerven (of te behouden).  Zijn belangen staan op het spel, en dat beweegt hem vooruit. 

* De horizontale as in drama is de spanning tussen het personage en zijn omgeving, de relaties die het personage heeft en de waarden en normen die deze verhoudingen representeren. 

Belangrijk is nu dat elk "nieuw feit" het gevoel van het personage kan beïnvloeden of veranderen, het evenwicht of de verhouding tussen de tegengestelde gevoelens kan wijzigen, en hem tot nieuwe handelingen kan nopen. Het gegeven van een nieuw feit is belangrijk in drama.  Een scène die geen nieuw gegeven aanbrengt, is niet functioneel, en brengt het verhaal niet vooruit. 

Elk nieuw feit kan betrekking hebben op één of meerdere gevoelscategorieën, zoals voorgesteld in het dialectische systeem, en wel volgens een driedelige cyclus: 

1. Aanvankelijk, bij het verschijnen van een nieuw feit, zullen eerst de cognitieve functies in werking treden: de verbeelding, de interpretatie. (2 categorieën);

2. vervolgens kan het feit (eventueel gelijktijdig) gevoelsveranderingen teweeg brengen op de volgende niveau's: het beeld van zichzelf, de ander of het publiek (3 categorieën), de relaties (6 categorieën), de gestelde verwachtingen (6 categorieën);

3. tenslotte kan het nieuwe feit leiden tot een handeling: het vermogen tot beslissing (1 categorie). 

Elke verandering op deze verticale of horizontale as, kan dus de gevoelens van het personage beïnvloeden, het evenwicht tussen tegengestelde gevoelens veranderen, en nieuwe passende handelingen vereisen. 

DEUGDELIJKE ROBOTS

We kunnen een robot werkelijk alles vragen, misschien vooral om dingen te doen die wij mensen niet kunnen of willen uitvoeren. Wat wij hoe dan ook verwachten van onze robot is dat het zijn job goed uitvoert.  Zo kunnen wij de robot vragen iemand te doden, wat uiteraard slecht is, maar wij zullen het misschien zodanig programmeren dat de robot ondanks alles het gevoel heeft dat het "iets goeds" doet en aan onze verwachtingen voldoet.  Voor we de robot dus programmeren met gevoelens, zullen we eerst bekijken hoe de menselijke deugden zich verhouden tot de menselijke gevoelens.

Volgens Thomas van Aquinus is de deugd het gepaste midden tussen twee extreme (tegengestelde) gevoelens, dan wel het andere uiterste van een begeerte, waardoor deze ingetoomd wordt. Wat deugdelijk is hangt wel af van persoon tot persoon en van situatie tot situatie. Verder bevraagt Aquinus of het deugdelijke aangeboren of aangeleerd menselijk vermogen is. Voor robots is deze kwestie uiteraard niet belangrijk. Eerst volgt een opsomming van de deugden middels een bloemlezing van de Europese ethiek. 

In het Middeleeuwse La Divina Commedia van Dante staan tegenover de 7 hoofdzonden de 7 deugden die we het beste kennen: ijdelheid/ nederigheid, hebzucht/ gulheid; woede/ zachtmoedigheid; luiheid/ ijver; afgunst/ naastenliefde; geilheid/ kuisheid; gulzigheid/ matigheid. In de Christelijke traditie kent men 4 kardinale deugden: bezonnenheid, moed, rechtvaardigheid, matigheid, en de 3 goddelijke deugden: naastenliefde, trouw en hoop.

Thomas van Aquinus beschrijft ook nog andere deugden, zoals: ontzag, erbarmen, openheid van geest, doorzetting, aardigheid, vrijzinnigheid, grootmoedigheid, grootsheid, eerbied voor de ouders, maagdelijkheid, armoede, wijsheid, kennis, vakmanschap, intelligentie en speelsheid. In de werken van Spinoza komen de deugden maar zelden voor.

In de Ethica benoemt hij ze als "potentiam animi", zielskrachten die de begeerten in toom houden, zoals: zachtmoedigheid, soberheid, matigheid en kuisheid.  In zijn Theologisch-politiek traktaat noemt hij de deugd verdraagzaamheid, met name die om de vrijheid van mening te respekteren.  Bij Adam Smith is alles deugdelijk wat prijzenswaardig en bewondering wekt, waaronder ook ambitie.

De hedendaagse moraalfilosoof Comte-Spionville tenslotte vermeldt  nog de volgende deugden toe: bescheidenheid, edelmoedigheid, medelijden, barmhartigheid, dankbaarheid, goede trouw, humor, liefde & eros, en hoffelijkheid of beleefdheid, de hoedanigheid waaruit volgens Comte-Spionville alle deugden zouden voortkomen.  Deze bloemlezing sluit ik nog af met een gezegde uit de volksmond: "Berouw is de lente onder de deugden."

De 21 in het vet gedrukte deugden staan hieronder nog eens in de betreffende categorieën van het dialectische systeem.                                             

. + -
INTERIOR < Verheerlijkt > Nederig
> Trots < Beschaamd
M Zelfvoldaan M Berouwvol
I Gevleid I Beledigd
.
EXTERIOR < Aanmatigend > Belachelijk
> Lovend < Verwerpelijk
M Geliefd M Hatelijk
I Jaloers I Verfoeilijk
.
IMITATIO < Ontroerd > Onverstoorbaar
> Neerbuigend < Erbarmelijk
meerwaardig M Medelijdend M Leedvermakend
I Toegeeflijk I Koppig
.
< Bescheiden > Ambitieus
> Aardig < Arrogant
minderwaardig M Toegewijd M Spotlustig
I Barmhartig I Afgunstig
.
< Bereidwillig > Balorig
> Welwillend < Boosaardig
evenwaardig M Gunstig M Verontwaardigd
I Dankbaar I Ondankbaar
.
CONCORDIA < Mild > Streng
> Verdraagzaam < Ontzagwekkend
meerwaardig M Menslievend M Wedijverig
I Genadig I Wreed
.
< Braaf > Stout
> Scrupuleus < Achteloos
minderwaardig M Zachtmoedig M Woedend
I Verzoenend I Twistziek
.
< Gehoorzaam > Opstandig
> Verbonden < Strijdlustig
evenwaardig M Rechtvaardig M Wraakzuchtig
I Loyaal I Verraderlijk
.
TEMPUS < Hoopvol > Bang
> Vertrouwend < Wantrouwend
verwacht M Trouw M Ontrouw
onvoltooid I Verlangend I Missend
.
< Moedig > Schijterig
> Bezonnen < Overhaast
onverwacht M Vermetel M Laf
onvoltooid I Onverschrokken I Schuchter
.
< Nostalgisch > Wrokkig
> Triomfantelijk < Verslagen
bevestigd M Doorzettend M Gelaten
onvoltooid I Troostend I Verweesd

Wat opvalt in de relatiegebonden categorieën is dat minderwaardige gevoelens en onderdanig gedrag traditioneel als het meest deugdelijk worden beschouwd. Ook het vermijden van geweld door medeleven en begrip staat hoog in aanzien. In de tijdsgebonden categorieën is het blind vertrouwen in de ander of  trouw aan zichzelf deugdelijk, al is bij momenten bezinning of voorzichtigheid aangewezen! 

Er zijn best nog wel andere deugden te bedenken voor onze robot, bijvoorbeeld gehoorzaamheid. Belangrijk echter is te begrijpen hoe werkelijk alle gevoelens zich verhouden tot de gevoelens die tot deugden gepromoveerd werden.  

REALITEIT EN DOELSTELLINGEN

De volgende vraag is hoe een machine die 144 gevoelens hanteert, deze in een complexe omgeving kan inzetten?  De "normative judgements" zullen onvermijdelijk aangewezen zijn op de "descriptive judgements".  Dat wil zeggen dat de machine eerst de essentie van de situatie zal moeten begrijpen, alvorens het, geheel in functie van zijn gestelde doel, tot het nemen van de juiste beslissingen en handelingen kan overgaan.   

De perceptie van de realiteit van een omgeving is sterk afhankelijk van het doel dat men zich (daar) heeft gesteld. Ook voor onze robot is een bestaansreden noodzakelijk. Zullen we onze uiterst gevoelige robot een rollenspel laten spelen, een debat of het verkeer in goede banen laten leiden, of de beste kandidaat voor een job laten uitkiezen ? Werkelijk alles is mogelijk, als men zich maar een doel voor ogen stelt.  Zonder doel kan men geen kwalitatieve beslissingen nemen. Gevoelens zonder doel zijn even onzinnig als gevoelens zonder oorzaak. Een depressieve robot zou zijn zoals een depressieve mens, die van alles voelt zonder te weten wat ermee aan te vangen.

Bij een robot is het programmeren van een doel onvermijdelijk en nodig. Daar komt het (helaas) niet zélf achter. Hoe dan ook, zowel bij de depressieve mens als de depressieve robot, zoals overigens bij het dramatisch personage, is het aangewezen, wil men de gevoelswereld op geweldige wijze activeren, deze in de meest conflictueuze situatie te plaatsen en het tot doel te stellen zich daar heelhuids uit te redden...

Nu het doel van onze robot geprogrammeerd is, kan het beginnen de essentie van de situatie te begrijpen. Het heeft een minimum aan realiteit en bestaansreden.  Heel snel zal het een eerste autonome beslissing nemen.

GEVOELENS IN EVALUATIE & EVOLUTIE

Hoe kunnen de gevoelens zoals ze in het dialectische systeem worden benoemd en gekenmerkt, namelijk als waarderingen van personen, relaties, verwachtingen of fenomenen, nu ingezet worden in autonome processen, die verondersteld worden de robot te animeren ?

Gevoelens spelen een belangrijke rol als de normale gang van zaken verstoord of onderbroken wordt door meer of minder aangename wendingen of gebeurtenissen en bestaande verhoudingen daardoor uit evenwicht gebracht worden. Het gevoel is dan geen finale waardering maar een aanwijzing om naar een nieuw (eventueel het oude, verloren) evenwicht toe te groeien. Het zal de volgende actie of houding, in functie van het behalen van de doelstelling, bepalen. Het is dus belangrijk dat positieve waarderingen (M+) gesignaleerd worden, maar mocht de waardering hiervan afwijken, zoals (<+) (>+) (I+) (<-) (>-) (M-) en (I-), dan beschikken we minstens over waardevolle informatie om de gang van zaken te corrigeren.

Door het gevoel te zien als een evaluatief gegeven legt men een dynamisch verband tussen het gevoel over de voorlopige situatie enerzijds & het gevoel dat men gehad zou hebben bij een "normale afwikkeling" anderzijds. Het proces waar de gevoelens als morele standpunten fungeren, gaat dan over de volgende stappen: 1. evaluatie van de gebeurtenis, 2. bepalen van de conflictstof, 3. stellen van een schuldvraag, 4. bepalen van de persoonlijke impact en 5. de noodzaak van een creatieve (belonende of bestraffende) actie.

Als de inschatting van een gebeurtenis afwijkt van het positieve, normale, goedkeurende gevoel (M+), ligt in dat normatieve verschil de conflictstof waarover onderhandeld kan worden. Door het stellen van de criteria die in het dialectische systeem zijn opgenomen, kan de robot dus een bepaalde situatie gevoelsmatig evalueren plus de conflictstof gaan bepalen. De praktische vraag die zich nu stelt is waartegen het gestelde gevoel afgewogen moet worden en welk ander gevoel daarbij het referentiepunt is ? We zullen dat referentiepunt bepreken voor elk van de hoofdcategorieën bespreken.

Voor de relatiegebonden gevoelens ligt het (onpartijdige) ijkpunt voor de hand. De hiërarchische verhoudingen in acht genomen, is alles in rust of balans als « iedereen gelijk is voor de wet » wat men gemakshalve kan vertalen naar het gevoel van rechtvaardigheid (concordia, evenwaardig, M+). Als het gaat over relaties zonder contract, dan is het ideale dat men een gunstige houding ten aanzien van elkaar aanneemt (imitatio, evenwaardig, M+). Ook bij de tijdsgebonden gevoelens is het referentiepunt vrij duidelijk, namelijk als men « met vertrouwen de toekomst tegemoet kan zien » (tempus, onvoltooid, verwacht, M+). De verwachtingen monden ideaal gesproken uit in geborgenheid (tempus, verwacht, voltooid, M+) of tevredenheid (tempus, bevestigd, onvoltooid, M+).

De « creatieve » en de « persoonlijke » gevoelens zijn bijna altijd het gevolg van de relatie- en/of tijdsgebonden gevoelens. Anders gezegd, de normatieve inschatting van relaties of verwachtingen heeft mogelijk een directe invloed op de waardering van de personen die bij relaties of in verwachtingen betrokken zijn. Dat normatieve verschil, dat we aangeven met tekort (<) of teveel (>) ten opzichte van de norm (M), dan wel bestempelen als onverdiend (I), brengt met zich mee dat een soort van schuldvraag gesteld wordt. Is het beeld van onszelf of van de ander zodanig gewijzigd dat er een (belonende of bestraffende) actie nodig blijkt ? Dat moet men uiteraard bekijken van geval tot geval, van persoon tot persoon.

Zowel bij de « persoonlijke » gevoelens die het persoonlijk imago opmeten, als de « creatieve » gevoelens die beslissend zijn voor de actie, is er geen referentiepunt maar een interactie tussen de drie werkwoorden willen-kunnen-moeten die in deze categorieën spelen.

Wat we zouden willen of kunnen, is niet altijd nodig. Wat zou moeten, is niet altijd gewenst of mogelijk. Wat men kan, wil men niet altijd, en omgekeerd. Uit het afwegen van de 8 mogelijke variaties tussen kunnen, willen en moeten of niet, zal hoe dan ook blijken wat de persoonlijke impact is van een bepaalde gebeurtenis en vervolgens of de mate van betrokkenheid & noodzaak wel groot genoeg is om te beslissen tot actie over te gaan.

conception Vertige asbl